Oli4#1 · 2006-11-10 16:38
Ok, een vrij doorzichtbare gooi naar 'De-mooiste-titel-aller-tijden-trofee', maar ik wil jullie dit verhaal niet onthouden. Het is mij toegezonden door een sympathieke Vlaming die ik recentelijk ontmoette. Voor het dagelijks brood poetst hij huizen en hij schrijft niet onverdienstelijk: oordeel zelf.
Droom van een lift
Ik droom. Een lift. Ik stap in. Het hoofd gebogen, de gedachten elders. Mijn onderrug vindt een leuning. De liftdeuren snijden de buitenwereld weg. Het ruisende geluid van een zachtjes sluitende val. De ruimte vult zich met lucht, met adem, met mij.
We zitten met zn achten aan de tramhalte. Het is koud en donker en de droom van daarnet houdt me bezig. Na mijn dutje ben ik in bad geweest. En d\át vinden ze lollig, hoor: gewassen om in de buurt te hangen- hohoh! Wel, de gamins kunnen mijn propere kloten kussen.
Mijn haar is nat. Morgen ben ik verkouden. Hoop ik. Krijg ik tenminste geen gelul van ma omdat ik in mijn nest blijf liggen. Rachid smijt me zijn muts. Zegt me die aan te doen. Foert. Grote broer of niet. En dan kijkt hij me aan met dezelfde ogen, dezelfde blik die vader heeft. En dan zwaait er plotseling wat. En ik gehoorzaam.
Rachid staat kaalgeschoren in het licht van de straatlantaren. Zijn oren zijn bloedrood. Terwijl de mijne net wat warmer worden. Een joint doet de ronde en gaat bijna aan me voorbij, maar ik grijp ernaar. Hou maar, zegt Rachid. Slechte lading; krijgen wij alleen maar hoofdpijn van.
Wij de lul.
De digitale display boven de liftdeur verklapt geen verdiepingen. De krasvrije staalplaten staren me aan. Ik zie een oppervlak als een vingerafdruk, glad en oneffen tegelijk. De rechthoekige contouren van het hok zijn duidelijk te zien. Het donkergroene vasttapijt. De ingebouwde plafondbelichting. De leuning waar ik tegen sta. Een lege lift, droom ik. Ik doe wat elke onzichtbare voor de spiegel doet: ik kom dichter. Geen verandering.
Ik rook de joint op in een drietal stevige trekken. Ik krijg hoofdpijn. Moet net niet hoesten. Ik stap als laatste op de laatste bus en gooi de peuk op het laatste moment tussen de dichtslaande deuren. De laatste rook blaas ik in de smoel van een lelijk ros wijf dat zeker drie jaar ouder is. Ik en Tonton gaan achter haar zitten. Ze leunt naar voor. Belet juist op tijd dat ik op haar staart stamp. De teef is geslepen. Ze kijkt door het raam alsof er niets aan de hand is. De wijken passeren in sneltempo. De chauffeur trekt op waar hij kan. Crapuul op de bus zorgt over het algemeen voor een openbaar vervoer dat op tijd komt. Zoiets hoor je nooit op het nieuws, opper ik. Luid. Alsof ik door iedereen gehoord moet worden. Stoere praat. Over autos en straks. Over later zwijg ik. Op fluistertoon vraag ik Tonton waar we heengaan. Hij haalt de schouders op. Alleen Rachid weet waarheen.
Wat doet men in een lift? Men reikt automatisch naar het bedieningspaneel. Men kiest de bestemming. Men wacht. Ik wacht alleen maar. Deze lift heeft geen knoppen. Mijn werkloze vingers strelen de metalen muren die mijn aanwezigheid negeren. Ik roffel een liedje op mijn heupen. Ik haal mijn mobiele telefoon uit mijn broekzak, kijk ernaar, zet mijn duimen klaar en leun opnieuw lekker achteruit. Een scherm licht op. Een keuzemenu biedt een ontsnappingsmogelijkheid die ik nog eventjes onbenut laat. Ik kies. Een computerspelletje in zakformaat verschijnt op het scherm. Een slangetje snelt een muur tegemoet. Ik ben vertrokken.
Rachid staat op en wandelt naar voren, naar de donkere ruimte waar de chauffeur zich bevindt. Hij mompelt wat, haalt een mes boven, knipt het ding open, mompelt voort. De bus stopt zachtjes. De chauffeur knikt zonder oogcontact te maken, opent beide busdeuren, neemt zijn jas, zijn tas, vertrekt. Rachid overschouwt de bus van waar hij staat. Hij grijpt twee palen zo hoog mogelijk vast. Hij slingert met de voeten een paar centimeter boven de grond. Zijn mes klettert als gevallen speelgoed op de grond. Rachid blijft supercool. Hij raapt zijn wapen op, doet het blikkeren in de witte busverlichting en vraagt de ouwe kloot naast hem of hij niet duidelijk genoeg is. De rosse teef is het eerst buiten. Ik haast me en schop haar nog gauw in de kont. Ze jankt alsof het zeer doet.
De rest gebeurt zonder veel woorden. Een kerel staat op. Ik ken hem uit de buurt. Beer van een vent. Vast een bokser. Hij kijkt ons niet eens aan, de nicht. Anderen volgen zijn voorbeeld. Ook Rachid en de jongens verlaten de bus. Ik strijk twee lucifers aan en stop ze terug in het doosje. Dat gooi ik in de zetel waar de slettenbak zat. Ik kijk hoe de bekleding vlam vat. Ik stap als laatste uit. Terwijl we terugwandelen vraagt Rachid zijn muts terug. Hij is fier op me. Ik ook. Ik gloei.
Nieuwe topscore! Mijn zaktelefoon doet mijn handen trillen. De digitale display boven de deur blijft onveranderd zwart. De lift zet zich in beweging. Ik vraag me af waarheen.
Droom van een lift
Ik droom. Een lift. Ik stap in. Het hoofd gebogen, de gedachten elders. Mijn onderrug vindt een leuning. De liftdeuren snijden de buitenwereld weg. Het ruisende geluid van een zachtjes sluitende val. De ruimte vult zich met lucht, met adem, met mij.
We zitten met zn achten aan de tramhalte. Het is koud en donker en de droom van daarnet houdt me bezig. Na mijn dutje ben ik in bad geweest. En d\át vinden ze lollig, hoor: gewassen om in de buurt te hangen- hohoh! Wel, de gamins kunnen mijn propere kloten kussen.
Mijn haar is nat. Morgen ben ik verkouden. Hoop ik. Krijg ik tenminste geen gelul van ma omdat ik in mijn nest blijf liggen. Rachid smijt me zijn muts. Zegt me die aan te doen. Foert. Grote broer of niet. En dan kijkt hij me aan met dezelfde ogen, dezelfde blik die vader heeft. En dan zwaait er plotseling wat. En ik gehoorzaam.
Rachid staat kaalgeschoren in het licht van de straatlantaren. Zijn oren zijn bloedrood. Terwijl de mijne net wat warmer worden. Een joint doet de ronde en gaat bijna aan me voorbij, maar ik grijp ernaar. Hou maar, zegt Rachid. Slechte lading; krijgen wij alleen maar hoofdpijn van.
Wij de lul.
De digitale display boven de liftdeur verklapt geen verdiepingen. De krasvrije staalplaten staren me aan. Ik zie een oppervlak als een vingerafdruk, glad en oneffen tegelijk. De rechthoekige contouren van het hok zijn duidelijk te zien. Het donkergroene vasttapijt. De ingebouwde plafondbelichting. De leuning waar ik tegen sta. Een lege lift, droom ik. Ik doe wat elke onzichtbare voor de spiegel doet: ik kom dichter. Geen verandering.
Ik rook de joint op in een drietal stevige trekken. Ik krijg hoofdpijn. Moet net niet hoesten. Ik stap als laatste op de laatste bus en gooi de peuk op het laatste moment tussen de dichtslaande deuren. De laatste rook blaas ik in de smoel van een lelijk ros wijf dat zeker drie jaar ouder is. Ik en Tonton gaan achter haar zitten. Ze leunt naar voor. Belet juist op tijd dat ik op haar staart stamp. De teef is geslepen. Ze kijkt door het raam alsof er niets aan de hand is. De wijken passeren in sneltempo. De chauffeur trekt op waar hij kan. Crapuul op de bus zorgt over het algemeen voor een openbaar vervoer dat op tijd komt. Zoiets hoor je nooit op het nieuws, opper ik. Luid. Alsof ik door iedereen gehoord moet worden. Stoere praat. Over autos en straks. Over later zwijg ik. Op fluistertoon vraag ik Tonton waar we heengaan. Hij haalt de schouders op. Alleen Rachid weet waarheen.
Wat doet men in een lift? Men reikt automatisch naar het bedieningspaneel. Men kiest de bestemming. Men wacht. Ik wacht alleen maar. Deze lift heeft geen knoppen. Mijn werkloze vingers strelen de metalen muren die mijn aanwezigheid negeren. Ik roffel een liedje op mijn heupen. Ik haal mijn mobiele telefoon uit mijn broekzak, kijk ernaar, zet mijn duimen klaar en leun opnieuw lekker achteruit. Een scherm licht op. Een keuzemenu biedt een ontsnappingsmogelijkheid die ik nog eventjes onbenut laat. Ik kies. Een computerspelletje in zakformaat verschijnt op het scherm. Een slangetje snelt een muur tegemoet. Ik ben vertrokken.
Rachid staat op en wandelt naar voren, naar de donkere ruimte waar de chauffeur zich bevindt. Hij mompelt wat, haalt een mes boven, knipt het ding open, mompelt voort. De bus stopt zachtjes. De chauffeur knikt zonder oogcontact te maken, opent beide busdeuren, neemt zijn jas, zijn tas, vertrekt. Rachid overschouwt de bus van waar hij staat. Hij grijpt twee palen zo hoog mogelijk vast. Hij slingert met de voeten een paar centimeter boven de grond. Zijn mes klettert als gevallen speelgoed op de grond. Rachid blijft supercool. Hij raapt zijn wapen op, doet het blikkeren in de witte busverlichting en vraagt de ouwe kloot naast hem of hij niet duidelijk genoeg is. De rosse teef is het eerst buiten. Ik haast me en schop haar nog gauw in de kont. Ze jankt alsof het zeer doet.
De rest gebeurt zonder veel woorden. Een kerel staat op. Ik ken hem uit de buurt. Beer van een vent. Vast een bokser. Hij kijkt ons niet eens aan, de nicht. Anderen volgen zijn voorbeeld. Ook Rachid en de jongens verlaten de bus. Ik strijk twee lucifers aan en stop ze terug in het doosje. Dat gooi ik in de zetel waar de slettenbak zat. Ik kijk hoe de bekleding vlam vat. Ik stap als laatste uit. Terwijl we terugwandelen vraagt Rachid zijn muts terug. Hij is fier op me. Ik ook. Ik gloei.
Nieuwe topscore! Mijn zaktelefoon doet mijn handen trillen. De digitale display boven de deur blijft onveranderd zwart. De lift zet zich in beweging. Ik vraag me af waarheen.